Door spieren te activeren kunnen we ons voortbewegen. Deze spieren laten gewrichten roteren, en voeten worden om en om opgetild en weer op de grond gezet. Tijdens grondcontact worden krachten uitgewisseld tussen de voeten (en daarmee het lichaam) en de bodem waarop we lopen.

Door meetapparatuur in te zetten kunnen we (gewricht)bewegingen, spieractiviteiten en grondreactiekrachten meten, en als deze als functie van het bewegingspatroon beschrijven. Bewegingen worden vastgelegd met videocamera’s, spieractiviteiten worden geregistreerd met behulp van EMG technieken, en grondreactiekrachten worden gemeten met een krachtenplatform. Met deze technieken kunnen we analyseren wat de ‘normale’ gang inhoudt en hoe spieren hun functie uitvoeren. Maar we kunnen ook het effect van hulpmiddelen zoals een onderbeen- of een bovenbeenprothese, op de beweging- en krachtenhuishouding van de mens analyseren.
Deze meettechnieken worden veelal gebruikt in wetenschappelijke omgevingen, vooral in bewegingsanalyse laboratoria. In de klinische praktijk wordt de menselijke gang meestal geobserveerd door gebruikmaking van de ogen, dus subjectief.

Go To Top